Bij putrenovatietechnieken wordt een bestaande (inspectie)put gerenoveerd. Dit varieert van een in-situ reparatie tot het inbrengen van een geheel nieuwe putwand. De technieken kunnen aangetaste putwanden vervangen of beschermen, corrosiebescherming bieden, het binnendringen van water stoppen en / of extra sterkte bieden. De gebruikte technieken zijn vaak sterk verwant aan de relining- en spraytechnieken bij leidingrenovatie, maar worden op andere wijze toegepast. Daarom is het raadzaam om, als een riool of een leiding wordt gerenoveerd, tegelijkertijd ook de putten te beschouwen.
Beschrijving van de technieken
(Prefab) put-liner (Cured-in-Place Manhole (CIPM) Liner)
Deze techniek is geschikt voor zowel ronde, vierkante en rechthoekige putten. Er wordt een geprefabriceerde liner (kous) aangebracht die ter plaatse wordt afgemonteerd. De liner bestaat uit een kern van kunststof viltlaag en/of een glasvezellaag, met aan de binnen- en buitenzijden waterdichte, met hars geïmpregneerde membranen of lagen. De geprefabriceerde liner wordt met een lier in de put gebracht. Via het open uiteinde wordt de liner “opgeblazen” zodat deze goed aansluit op de putwanden. Afhankelijk van de hars wordt de liner vervolgens door stoom of met UV-licht uitgehard. Als de liner eenmaal is geïnstalleerd dan wordt de liner aan de onderzijde op de leiding of riool bevestigd. Omdat de liner een klein percentage kan krimpen, kunnen tijdens de installatie rubberen afdichtingen rond de onderkant van de liner worden geïnstalleerd om infiltratie van grondwater te voorkomen.
Een variant van deze methode maakt gebruik van een flexibele liner die verschillende diameters aankan en op lengte wordt gesneden. Eenmaal opgeblazen, rekt de liner zodanig uit dat hij in de verschillende diameters past.

Putsegmenten
Deze methode wordt doorgaans gebruikt voor ronde putten. Een op maat gemaakte putwand wordt vooraf in verschillende segmenten vervaardigd. Deze segmenten zijn meestal gemaakt van glasvezel of polymeerbeton, maar kunnen ook van PVC of HDPE zijn. De geprefabriceerde segmenten worden in de put neergelaten en daarin geïnstalleerd. De segmenten worden met elkaar verbonden met een sealing of voegmiddel. Indien alle segmenten zijn aangebracht, wordt de holle ruimte tussen segmenten en de oorspronkelijke putwand opgevuld, meestal met grout. De nieuwe putwand sluit zo exact aan op de oorspronkelijke wand.

Spray on coating
Bij de spray-on-coating-techniek worden de oorspronkelijke putwanden voorzien van een nieuwe coating die wordt aangebracht met een spraytechniek. Dit kan worden uitgevoerd met cementgebonden spray (bijv. portlandcement, calciumaluminaat en silicaten) of met polymeren (bijv. Epoxy, Urethaan, Polyurethaan). Met uitzondering van portlandcement hebben cementgebonden coatings doorgaans een relatief hogere weerstand tegen corrosie en hebben polymeercoatings een goede tot uitstekende chemische weerstand.
Sommige cementgebonden coatings kunnen worden versterkt met vezels voor extra treksterkte en scheurbestendigheid. De polymeercoating beschikken doorgaans al over deze eigenschappen.
Voorafgaand aan het aanbrengen van de coating direct op de oorspronkelijke putwand, is de reiniging zeer belangrijk. Deze moet zorgen voor een goede hechting van de coating, dit geldt voor zowel cementgebonden als polymeergebonden coatings.
Cementgebonden coatings worden op de binnenwanden van de put aangebracht, met een laagdikte tussen ca 12 mm en 100 mm. Dit kan met spuitapparatuur, maar kan ook handmatig. Om de cementgebonden coating op zijn plaats te houden, wordt soms eerst een wapeningsnet tegen de wanden geplaatst. Voor een goede aansluiting op de putwand en voor een goede verdichting wordt gewerkt met een hogedrukspuit. Direct na het aanbrengen moet de cementgebonden coating afgewerkt om de oppervlakken te verdichten en glad te maken.
Polymeercoatings worden vrijwel altijd met spuitapparatuur aangebracht. De laagdikte varieert tussen ca 3 mm en 12 mm, waardoor wapeningsnetten niet noodzakelijk zijn. Ze kunnen daardoor direct op de putwand aangebracht worden. Soms wordt de polymeercoating gebruikt als topcoating voor een cementgebonden coating.

Grout-injectie-techniek
Lekkages (meestal grondwaterinfiltraties) in putten kunnen worden gerepareerd met behulp mortels of grout. Dit kan als een op zichzelf staande werkzaamheid, maar kan ook als dienen als voorbereiding op een andere renovatiemethode.
Een lekkage in een put vindt meestal plaats via scheuren en gaten de putwand of -bodem of via voegovergangen in de constructie of tussen de hoofdleidingen en de putwanden. Het in-situ repareren van deze lekkages is een kosteneffectieve maatregel tegen infiltratie van grondwater in een verder kwalitatief goed rioleringssysteem.
De gebruikte mortel of grout kan (deels) bestaan uit acrylamide, acrylaat, acrylharsen, polyurethaangels, polyurethaanschuim of epoxy. De grout wordt onder druk door de lekkage (scheur, gat, voeg) geïnjecteerd of door een gat dat daarvoor in de lekkage is geboord.
De grouten reageren, afhankelijk van het type, met water achter het lek en vormen aldaar een gel of schuim dat zich aan de buitenkant van de putwand hecht. Op die manier wordt een waterdichte, permanente afdichting gevormd of – afhankelijk van het gewenste resultaat – om holtes op te vullen en de grond te stabiliseren. De techniek kan op meerdere manieren uitgevoerd worden. Bovenstaand is beschreven hoe één lekkage kan worden gedicht. Met behulp van een raster van gaten in de putwand en deze gaten te grouten tot achter de putwand, kan put als het ware ingekapseld worden in een ondoordringbare barrière. Het dichten van overgangsvoegen kan door aanbrengen van een silicaatgebonden grout aan de putzijde en de leidingzijde. Het grout dringt door in lekkages in de overgangsvoegen en stolt in de omringende grond en dicht aldus de lekken af

In-situ te storten betonnen bekleding
Bij deze methode wordt beton gestort tussen de bestaande wanden en een op maat gemaakte bekisting in de put. Hierdoor ontstaat een nieuwe geïntegreerde, relatief dikke wand die nauw aansluit op de binnenvorm van de oorspronkelijke put. Een groot nadeel is dat deze beschikbare ruimte in de put aanzienlijk vermindert. Het is daarom vooral geschikt voor grotere putten. Een voordeel is dat deze techniek goed past op hoekige (vierkante) putten.
Nadat de binnenwanden van de put zijn voorbereid, wordt er bekisting in de put geplaatst om ruimte te bieden voor de nieuwe betonnen wand. Daarin kan eventueel ook wapening worden aangebracht. De bodem van de bekisting moet voldoende zijn afgedicht tegen bestaande leidingen. Het beton wordt vervolgens in de bekisting gestort en verdicht, waardoor een nieuwe aaneengesloten betonnen putwand ontstaat. Het beton moet goed uitharden voordat de bekisting wordt gedemonteerd en verwijderd. Corrosiebescherming wordt vaak geboden door het aanbrengen van een polymeercoating op het betonoppervlak na uitharding. Een andere mogelijkheid is of door een kunststof (HDPE of PVC) folie op het binnenoppervlak van de bekisting te laten bevestigen. Dergelijke plastic voeringen zijn doorlopende platen die thermisch aan elkaar zijn gelast en hebben meestal ribben of noppen die de voering in het beton verankeren. Zij blijven achter nadat de bekisting is verwijderd.

Putrenovatie met schaaldelen
Bij deze methode worden kunststof (PVC, HDPE of glasvezel) schaaldelen bevestigd aan de oorspronkelijke putwanden. De schaaldelen zijn geprefabriceerd waardoor er verschillende vormen (rond, ovaal) mogelijk zijn. De schaaldelen worden één-voor-één ingebracht en verbonden met de oorspronkelijke put via ankers of – indien mogelijk – verlijmd op de oorspronkelijke wand.
De schaaldelen worden daarbij eerst mechanisch verankerd, waarna de voeg wordt afgewerkt met een hars of verlijming. Extra ondersteuning van de schaaldelen bij aanleg kan daarbij nodig zijn. Tussen de schaaldelen en oorspronkelijke put wordt een kleine laag grout aangebracht voor volledige aansluiting. Er is daarmee sprake van een doorgaans geringe afname van de beschikbare ruimte in de put

Glasvezelliner in-situ
Bij deze techniek wordt in-situ een glasvezelliner gemaakt. Deze wordt doorgaans met de hand in vorm gebracht, direct op bodem of bovenkant van de nieuwe putwand. Daarmee worden vorm en contouren van het oppervlak optimaal gevolgd.
Nadat het oppervlak is voorbereid, wordt een hars met verharder gemengd en wordt dit mengsel als laag in-situ aangebracht. De laag wordt daarbij stevig aangebracht om eventuele onvolkomenheden te egaliseren, openingen en holtes te voorkomen en een goede hechting te garanderen. Daarna worden glasvezel- of koolstofvezelmatten laagsgewijs op de hars verlijmd en ingekapseld met extra harstoepassingen. Dit aanbrengen gebeurd met behulp van borstels of rollers. Na het aanbrengen van de laatste harslaag moet deze uitharden. De methode is zeer geschikt voor putbodems.

Aandachtspunten